Het kan helpen om eventuele broers en zussen ook bij de behandeling te betrekken. Bijvoorbeeld door hen mee te nemen naar het ziekenhuis en te laten zien waar het bij de behandeling van SGA om gaat. Het draagt bij om in te zien dat injecties met groeihormoon niets bijzonders of eigenaardigs is. Dit kan ertoe leiden dat ook het broertje of zusje met SGA zich minder ‘anders’ ervaart.

Zodra iedereen in het gezin de injectie met groeihormoon als een normale dagelijkse handeling beschouwt, net als tandenpoetsen, vermindert de kans dat het kind met SGA zich, rond alles wat met SGA heeft te maken, met broertjes en zusjes gaat vergelijken.