Aan een röntgenfoto van de hand is te zien in welke mate de groeischijven al zijn vergroeid met het bot. Zo wordt de ‘botleeftijd’ bekeken. Bij iemand met een groeistoornis als SGA is de ontwikkeling van het bot, dus de botleeftijd, achtergebleven bij de ‘echte’ of chronologische leeftijd.

röntgenfoto van de hand toont of de botjes zijn uitgegroeid

röntgenfoto van de hand toont of de botjes zijn uitgegroeid

De botleeftijd is een betere maat voor biologische rijpheid dan de chronologische (‘echte’) leeftijd en het is een belangrijk instrument in het onderzoek van alle groeistoornissen. Dit kan aangeven hoeveel tijd er nog rest om het kind te behandelen om het te helpen groeien. Aan de hand van de foto kan tevens een goede inschatting worden gemaakt van de uiteindelijke lengte die het kind kan bereiken.

Wanneer de botleeftijd van een kind achterloopt bij wat het zou moeten zijn, betekent dat niet noodzakelijkerwijs dat het kind aan groeihormoondeficiëntie lijdt. De groeiachterstand van het kind kan te wijten zijn aan een constitutionele groeiachterstand, wat betekent dat het kind later in de puberteit komt, maar dat het daarna, wat de lengte aangaat, een inhaalbeweging zal maken.

Er worden ook foto´s van de wervelkolom en de heupen gemaakt om botziekten uit te sluiten.