In een bloedmonster wordt gekeken hoeveel groeihormoon en groeifactoren het bevat. Dit zegt veel over de eigen groeihormoonproductie van het kind. Is het gehalte aan groeifactoren laag, dan kunnen er stimulatietesten worden gedaan om te kijken in hoeverre het lichaam van het kind zelf groeihormoon kan produceren.

Stimulatietesten
Stimulatietesten houden in dat het lichaam op een bepaalde manier onder druk gezet wordt, zodat het lichaam groeihormoon gaat afgeven aan het bloed. De afgifte van groeihormoon kan worden gestimuleerd door een bepaalde stof in te spuiten. Het is afhankelijk van het ziekenhuis welke stimulatietest er wordt gebruikt.

Of een 24-uursprofiel
Bij sommige kinderen wordt gekeken of het patroon van het groeihormoon over 24 uur in orde is, dus of er ’s nachts meer groeihormoon in het lichaam komt dan overdag. Dan wordt (zonder stimulatie) de eigen afgifte van groeihormoon gemeten. Hiervoor moet het kind een nachtje in het ziekenhuis blijven, waarbij er elke twintig minuten bloed wordt afgenomen. Zo is precies te meten hoe en hoeveel groeihormoon het lichaam van het kind produceert.

Chromosoomanalyse
Met het afgenomen bloed kunnen ook de chromosomen worden onderzocht om mogelijke genetische afwijkingen te achterhalen. De artsen moeten immers een correcte diagnose stellen voordat ze met de behandeling beginnen.