De kinderarts of kinderarts-endocrinoloog meet bij het kind de lengte, het gewicht en de hoofdomtrek. Dat wordt na een paar maanden herhaald, zodat de groeisnelheid kan worden berekend. Door dat elk half jaar te herhalen, kan de arts zien (ook tijdens de behandeling) of de groeisnelheid toeneemt of afneemt. Zo wordt duidelijk of het kind op de behandeling reageert.

Die metingen moeten altijd op een gestandaardiseerde manier verlopen: door dezelfde persoon, met dezelfde methode, met dezelfde weegschaal of instrumenten, op hetzelfde uur van de dag. Alleen dan zijn de metingen betrouwbaar en kunnen ze onderling worden vergeleken. De metingen die u thuis doet kunnen niet vergeleken worden met die in het ziekenhuis. Zelfs de metingen van andere artsen – de huisarts of op een andere afdeling in het ziekenhuis – kunnen afwijken van wat de eigen kinderarts meet. Consequent zijn is ontzettend belangrijk. De meettechnieken zijn zo specifiek en de meetinstrumenten zo nauwkeurig, dat als er maar iets verandert aan de techniek of het meetinstrument, de uitslagen als een jojo op en neer kunnen gaan. Dan is het erg moeilijk om een patroon te herkennen, zeker in een korte periode.