Meestal weten de ouders bij het eerste bezoek aan de kinderarts wel dat het kind klein was bij de geboorte en dat de groei van hun kind een probleem kan zijn. Heel vaak is een van beide ouders ook niet erg lang, dus dan weten ze wat het betekent om klein te zijn. Gewoonlijk willen ze graag informatie hebben en zijn ze enthousiast over het vooruitzicht dat hun kind behandeld kan worden.

Maar eerst zal de kinderarts zoveel mogelijk informatie verzamelen, om de situatie in kaart te brengen en de oorzaak te zoeken:

  • Informatie over het kind: over de geboorte van het kind, de groei en ontwikkeling tot dusver, medische dossiers van het kind, het gezondheidsboekje, groeicurven en metingen en eventuele briefwisseling tussen het gezin en de kinderarts. Alle informatie kan helpen.
  • Informatie over de ouders: hun lengte, ziektegeschiedenis en puberale ontwikkeling, en hoe de zwangerschap bij de moeder verliep;
  • Informatie over andere familieleden: lengte en het gewicht van broertjes, zusjes en grootouders.

Informatie over de geboorte, de groei en de puberteit van de ouders en zelfs de grootouders, kan van onschatbare waarde zijn om de oorzaak van de groeiachterstand van het kind te bepalen (syndromen, botafwijkingen, genetische aandoeningen en groeihormoontekort). Het is belangrijk om te bepalen of het kind een ‘klassieke SGA’ heeft of een ander probleem of aandoening. Deze informatie is belangrijk om te kunnen bepalen of het kind in aanmerking komt voor de groeihormoonbehandeling en of de behandeling het kind helpt met groeien.

Met de lengte van de ouders kan worden berekend hoe groot het kind uiteindelijk zou kunnen worden.