Als een kind op twee- of driejarige leeftijd nog steeds een groeiachterstand heeft, dan moet het door een kinderarts worden onderzocht. Die probeert de oorzaak van het klein blijven vast te stellen. Daarvoor wil hij of zij allerlei dingen weten over de geboorte van het kind, en over de gezondheid en de ontwikkeling en over andere familieleden.

De kinderarts volgt het kind dan nog 6 maanden tot 2 jaar om te kijken of er helemaal geen spontane inhaalgroei optreedt en of het kind dan nog steeds te klein is voor zijn of haar leeftijd. Als dit het geval is, zal de kinderarts het kind doorverwijzen naar de kinderarts-endocrinoloog (een hormoonspecialist voor kinderen). Door deze procedure wordt het probleem op tijd onderkend.