In het ziekenhuis worden uitgebreide metingen bij het kind gedaan: lengte, gewicht, schedelomtrek, zithoogte, spanwijdte, lichaamsoppervlakte, verhoudingen van de ledematen, lichaamssamenstelling en stadium van puberteitsontwikkeling. Ook bij de ouders wordt de lengte gemeten om de streeflengte te kunnen bepalen.

Deze metingen moeten zeer precies worden uitgevoerd. De uitslagen van een periode worden verwerkt in een groeicurve en vergeleken met de norm, de standaardgroeicurve. Zo is te zien of de lengte van het kind binnen het als normaal beschouwde bereik valt. Bovendien is de snelheid van de groei te zien. Zo is te zien of het kind misschien klein is, maar normaal groeit (dan zal de lengte wel bijtrekken) of niet zo snel groeit (dan wordt de achterstand steeds groter).