De meest indrukwekkende groei en ontwikkeling vindt plaats vóór de geboorte, wanneer een microscopisch kleine, bevruchte eicel zich in 9 maanden tijd ontwikkelt tot een pasgeborene van ruim 3 kg zwaar, rond de 50 cm lang en met alles erop en eraan.

9182_groei_p11_figuur-1-500px

De eerste celdeling van een embryo

Dit betekent dat het kind groeit met een gemiddelde snelheid van 2 mm per dag. Ter vergelijking: gedurende de gehele groeiperiode ná de geboorte is dit gemiddeld nog slechts circa 0,2 mm per dag. Gedurende de 9 maanden in de baarmoeder vindt dus een uiterst snelle groei plaats met een piek tussen de 3e en de 6e maand. Lengte en gewicht van foetus en pasgeborene weerspiegelen – naast erfelijke aanleg – de omstandigheden in de baarmoeder. Wanneer de omstandigheden gunstig zijn, dat wil zeggen dat de (baar)moeder groot genoeg is en deplacenta (moederkoek) de baby van voldoende voeding voorziet, zal de groei doorgaans optimaal zijn. Bij de geboorte zal de baby dan de lengte en het gewicht hebben die passen bij de erfelijke aanleg.

Een minder goed functionerende placenta kan op enig moment tot groeiachterstand leiden met als gevolg een te geringe lengte en/of gewicht bij de geboorte. Behalve deze zogenaamde placenta-insufficiëntie zijn er nog tal van andere factoren die de groei van de baby in de baarmoeder remmen, zoals roken en gebruik van alcohol of drugs. Ook infectieziekten en medicijngebruik kunnen ernstige gevolgen hebben voor de baby. Overigens valt de oorzaak van groeiachterstand tijdens de zwangerschap lang niet altijd te achterhalen. De meeste baby’s halen de groeiachterstand na de geboorte gelukkig snel weer in, maar ongeveer 10 tot 15% van de baby’s met prenatale groeiachterstand blijkt na de geboorte niet in staat tot (volledige) inhaalgroei. De oorzaak daarvan blijft veelal onbekend.