Bij kinderen met nierinsufficiëntie is de groei vertraagd. Dat komt niet door een tekort aan groeihormoon. Zij hebben voldoende groeihormoon, maar dat kan zijn werk niet doen, omdat er te weinig groeihormoonreceptoren op de cellen zitten. Vooral in de lever zitten te weinig receptoren. Daardoor wordt er minder IGF-1 aangemaakt. Ook wordt dit IGF-1 vaker aan een eiwitmolecuul gebonden (IGF-BP) en dan past het niet op de receptoren. Dat IGF-BP wordt – ook weer door de verminderde nierfunctie – in mindere mate in het lichaam afgebroken. Daardoor beschikt het lichaam over minder actief IGF-1. Het lichaam is dus minder gevoelig voor het groeihormoon en reageert niet met lengtegroei.
Toch kan behandeling met groeihormoon wel helpen de groei te versnellen. Het groeihormoon wordt elke dag ’s avonds ingespoten onder de huid. Dat gebeurt met een speciale toedieningssysteem in het dijbeen. Bij veel kinderen lukt het om zo de groeiachterstand in te halen. Meer hierover leest in Hoe kan nierfalen worden behandeld.

Bij kinderen met nierfalen begint en eindigt de puberteit later. Het is belangrijk voor het kind om te weten dat een verlate puberteit uiteindelijk kan leiden tot een grotere lichaamslengte, zodat het niet ongeduldig wordt. De hoeveelheid geslachtshormonen en de werking ervan is bij kinderen met nierinsufficiëntie doorgaans normaal.

Een behandeling met geslachtshormoon is meestal niet nodig. Wel moet er goede voorlichting worden gegeven over de mogelijke gevaren van zwangerschap. Daarom moet er tijdig met het kind en de ouders over voorbehoedsmiddelen worden gesproken. Meisjes met nierinsufficiëntie mogen meestal gewoon de pil gebruiken.