Chronisch nierfalen (CNF; ook wel nierinsufficiëntie genoemd) is het gevolg van een onherstelbare beschadiging van het nierweefsel. Hierdoor functioneren de nieren niet goed. Naarmate het nierweefsel verder beschadigd raakt, kunnen de nieren steeds minder goed hun werk doen en uiteindelijk kan dit resulteren in het eindstadium: terminaal nierfalen.

De nieren hebben als functie om het bloed te zuiveren van afvalstoffen. Die afvalstoffen zijn resten van de stofwisseling. Nadat de lever de voor het lichaam bruikbare stoffen uit ons voedsel of uit medicijnen heeft gehaald, worden de resten (het afval) afgegeven aan het bloed. Het bloed stroomt door de nieren en daar worden de afvalstoffen gezuiverd. Als dat niet gebeurt, blijven de afvalstoffen in het bloed en raakt het bloed en het lichaam vervuild. Als afvalstoffen zich ophopen worden ze giftig. Het is dus van belang dat de nieren goed werken.

Er zijn meer dan 50 verschillende oorzaken van CNF. Bij kinderen jonger dan 6 jaar zijn de oorzaken vooral misvormingen van de nieren en de urinewegen (nierdysplasie1, nierhypoplasie, obstructieve uropathie) en aangeboren en erfelijke nierziektes (cystenieren, syndromen). Bij kinderen ouder dan 6 jaar gaat het vaker om beschadiging aan de nierfilters als gevolg van een ontsteking (glomerulonefritis).

Nierfalen doorloopt een aantal stadia, van licht naar ernstig. Artsen bepalen het stadium van de ziekte op basis van de mate waarin de nieren het bloed goed kunnen filteren. Dat wordt de glomerulaire filtratie (GFR) genoemd. Hierbij wordt bepaald hoeveel vloeistof alle nierfilters per tijdseenheid (per minuut) kunnen afleveren, een maat die wordt uitgedrukt in ml per minuut per 1,73 m² lichaamsoppervlak. Bij gezonde mensen is de normale waarde 120 ml, bij nierpatiënten is dat minder. Hoeveel minder, dat is afhankelijk van het stadium van de nierziekte. Dit meet de arts via het creatinine in het bloed (het serumcreatinine). We kennen de volgende stadia van nierinsufficiëntie:

Stadium 1: gecompenseerd nierfalen
GFR = 50 – 80 ml
serumcreatinine weinig verhoogd

Stadium 2: vroeg chronisch nierfalen
GFR = 10 – 49 ml
serumcreatinine duidelijk verhoogd

Stadium 3: terminaal nierfalen
GFR serumcreatinine sterk verhoogd

Belangrijke aspecten van nierziekten

Nieraandoeningen zijn beter te begrijpen met de onderstaande informatie.

1. Symptomen
Wat zijn de symptomen van aandoeningen aan de nieren en urinewegen? Het zijn er niet veel, maar ze zijn wel ernstig. De symptomen kunnen acuut (plotseling, kortdurend) of chronisch (blijvend, langdurig) zijn.

Acute symptomen: koorts, hoofdpijn, buikpijn, rugpijn (zelden), pijn bij het plassen, weinig plassen (oligurie), veel plassen (polyurie), bedplassen, zwelling door oedeem, uitdroging, bloed in de urine.

Chronische symptomen: verlies van eetlust, achterblijvende ontwikkeling, vertraagde groei, bleekheid, teruggang in prestaties, slechte adem.

Meer informatie over de verschijnselen is te lezen onder De verschijnselen van chronisch nierfalen.

2. Nieren zijn gevoelig
Omdat de nieren sterk doorbloed zijn, raken ze erg gemakkelijk beschadigd als er iets mis is met de bloedvoorziening, bijvoorbeeld door beschadiging van hart of bloedvaten of het uitvallen van belangrijke organen zoals de longen of de lever. Daarom is het zo belangrijk dat de werking van de nieren goed wordt gecontroleerd als er iets mis is met het hart, de bloedsomloop, de longen of de lever, bij reuma-achtige ziekten of andere ziekten die het hele lichaam betreffen. Ook bij gebruik van zware medicijnen moet de werking van de nieren goed in de gaten worden gehouden.
De beschadigingen komen voor aan de ader en de slagader van de nier, de kleine haarvatkluwentjes waar de filtratie plaatsvindt (glomeruli), de nierkanaaltjes (tubuli), de ruimte tussen de nierkanaaltjes (interstitium), het nierbekken, de urineleiders, de blaas en de urinebuis. De oorzaak is vaak een infectie, een stoornis in de afweer of in de stofwisseling of een foutje in de vorming en slechts zelden een kwaadaardige ziekte.

3. Nierziekte betekent levenslange behandeling
Als een nierziekte een onderliggende oorzaak heeft, en die oorzaak kan worden weggenomen, kan ook de nier herstellen. Maar als er geen oorzaak is die behandeld kan worden, is er sprake van een chronische, levenslange nierziekte. De nierziekte kan bovendien beschadiging van andere organen tot gevolg hebben, wat zich uit als hoge bloeddruk, gestoorde vetstofwisseling, groeivertraging, verlate puberteit, stoornissen in de zintuigen of in de aansturing van de spieren, en een gestoorde psychosociale ontwikkeling.
Door deze bijkomende aandoeningen is levenslange controle en behandeling noodzakelijk. Kinderen en jongeren met een nierziekte zijn eerst nog in behandeling bij de kindernefroloog, maar ze moeten erop worden voorbereid dat ze later in behandeling zullen komen bij de afdeling nefrologie voor volwassenen.

4. Dialyse en transplantatie maken langer leven mogelijk
Er zijn effectieve methoden van ‘niervervangende behandeling’: dialyse en niertransplantatie. Ook bij nieraandoeningen met ongunstige vooruitzichten hebben deze behandelmogelijkheden ervoor gezorgd dat chronisch nierfalen niet meer direct levensbedreigend is.

5. Door specialisering is langer leven mogelijk
Was nierfalen vroeger een ziekte waarmee je niet lang kon leven, de vooruitgang in de (kinder)nefrologie heeft ervoor gezorgd dat kinderen met acuut en chronisch nierfalen veel langer leven dan vroeger. Tegenwoordig blijft 95% van hen de volgende tien jaar in leven. Ook de overige zorg voor kinderen met een nieraandoening is de afgelopen 25 jaar spectaculair verbeterd. Hierdoor is de kwaliteit van hun leven sterk verbeterd, hebben ze betere mogelijkheden voor school- en beroepsopleiding en kunnen ze beter aan de maatschappij deelnemen.

De kindernefroloog behandelt uw kind vooral met geneesmiddelen. Als er een operatie moet plaatsvinden, zal dat gebeuren door de kinderchirurg, de uroloog en/of de transplantatiechirurg.