Als de dokter vermoedt of weet dat uw kind een nierziekte heeft, worden er verschillende onderzoeken gedaan, met verschillende doel:

– om de ernst van het nierfalen vast te stellen
– om te onderzoeken welke aandoening aan de nierziekte ten grondslag ligt
– om gevolgen (complicaties) van de nierziekte in vroeg stadium te herkennen en te voorkomen of beperken

De volgende onderzoeken uitgevoerd.

– Laboratoriumonderzoek
Bloedonderzoek
Cellen in het bloed worden bekeken (bloedbeeld)
Stoffen in het bloed worden bepaald zoals calcium, magnesium, fosfaat en andere elektrolyten, alkalische fosfatase, bijschildklierhormoon, eiwit, albumine, creatinine, ureum, urinezuur, gassen

– Urineonderzoek
Op aanwezigheid van eiwit, cellen, bacteriekweek (voor evt. infectie)
Nierfunctie
Bepaling van de glomerulaire filtratiesnelheid (de werking van de nier)

– ‘Scans’
Echo van de nieren en de urinewegen
Eventueel ander onderzoek van blaas en nieren

– Nierbiopsie
Als de onderliggende aandoening niet kan worden vastgesteld aan de hand van de klinische verschijnselen, wordt een stukje weefsel uit de nier genomen, zo mogelijk in het beginstadium van CNF.

– Eventueel onderzoek van de ogen

– Bloeddrukmeting

– Eventueel moleculair-genetisch onderzoek
Dit gebeurt als er aanleiding is om na te gaan of er sprake is van een erfelijke nierziekte.

De snelheid waarmee de nieren achteruitgaan kan variƫren, afhankelijk van de onderliggende aandoening, complicaties en behandeling. Om die reden wordt dergelijk diagnostisch onderzoek regelmatig herhaald.

De diagnostiek en de controles worden verricht door de kindernefroloog in samenwerking met kinderradioloog, kinderchirurg en kinderuroloog. Hoeveel tijd er tussen de controles zit, is afhankelijk van de ernst en de achteruitgang van de nierwerking.