GHD kan als zelfstandige aandoening voorkomen en wordt ‘geïsoleerde groeihormoondeficiëntie’ (IGHD = Isolated Growth Hormone Deficiency) genoemd. Maar omdat de hypofyse veel meer hormonen maakt, kan er ook sprake zijn van tekort aan meerdere hormonen. Dan spreken we van ‘multipele hypofysehormoondeficiëntie’ (MPHD = Multiple Pituitary Hormone Deficiency) of ‘hypopituïtarisme’. Als er van alle hormonen die door de hypofyse geproduceerd worden een tekort is, heet dat ‘panhypopituïtarisme’.

De groei staat onder invloed van meerdere hormonen (niet alleen afkomstig uit de hypofyse), die elkaar onderling beïnvloeden. Daarom kan GHD ook hoeveelheden beïnvloeden van andere hormonen, waaronder de schildklierhormonen, de bijschildklierhormonen, de corticosteroïden (bijnierschorshormonen), de geslachtshormonen (testosteron en oestrogeen) en ACTH (het hormoon dat de bijnieren stimuleert). Om de normale groei te herstellen moet dus worden nagegaan aan welke hormonen een tekort is, om juist die hormonen te kunnen toedienen.