De verschijnselen van chronisch nierfalen kunnen sterk uiteenlopen. Voor een deel zijn ze afhankelijk van de onderliggende oorzaak en van de ernst (d.w.z. het stadium) van het chronisch nierfalen.

Stadium 1 is vaak nog zonder verschijnselen. Soms zal het kind veel drinken (polydipsie), veelvuldig urineren en zal de urine erg waterig (niet geconcentreerd) zijn. Er kan ook bloed in de urine zitten. In dit stadium kan uw kind ook hoge bloeddruk en eiwit in de urine hebben, maar dat zult u nauwelijks merken.

In stadium 2 komen dezelfde verschijnselen voor als in stadium 1, maar in versterkte mate. Bovendien zullen de botten zich minder goed ontwikkelen door stoornissen in de stofwisseling van calcium en fosfaat, de belangrijkste bouwstenen van bot. De mogelijke gevolgen zijn verkrommingen, een verkeerde stand van de ledematen, en soms pijn. Ook kan het kind minder groeien (klein blijven of groeivertraging) en later in de puberteit komen. Als de nierinsufficiëntie erger wordt, zal het kind door bloedarmoede (renale anemie) in toenemende mate bleek worden, slechter presteren en last krijgen van vermoeidheid. Door zuurvergiftiging van het bloed (metabole acidose) zal het minder eetlust krijgen, overgeven en last hebben van spiertrekkingen en spierpijn en door hoge bloeddruk kan het last hebben van hoofdpijn en slechter zien.

In stadium 3 zal het kind weinig plassen (oligurie) en vochtophoping krijgen; het zal vaker slaperig en suf worden, veel last hebben van krampen en bij te veel kalium in het bloed kunnen hartritmestoornissen, hartfalen en ontsteking van het hartzakje optreden. Het kind kan zelfs in coma raken. Veel van deze verschijnselen kunnen met dialyse en na een niertransplantatie verbeteren.

Sommige verschijnselen kunnen tot op volwassen leeftijd aanhouden:
– Klein blijven (renale groeivertraging)
– Botstoornissen (osteopenie, osteoporose)
– Hartstoornissen als gevolg van hoge bloeddruk en van te veel cholesterol in het bloed
– Beschadiging van de klieren die eicellen en zaadcellen produceren (door bepaalde geneesmiddelen)
– Beschadiging van de transplantatienier
– Gezwellen van de huid en van het lymfestelsel door onderdrukking van het afweersysteem (bij 1-2% van – Huidveranderingen zoal wratten, puistjes, steroïdenhuid
– Overgewicht