Doordat ze vaak kleiner zijn dan hun klasgenoten en laat in de puberteit komen, voelen veel meisjes met het Syndroom van Turner zich ‘anders’. Veel meisjes, met of zonder het Syndroom van Turner, worden gepest. Dat kan lichamelijk of psychisch gebeuren en kan het zelfvertrouwen aantasten. Hoewel het moeilijk kan zijn er met iemand over te praten, is het van belang pesten niet te verzwijgen. Het is ontzettend belangrijk om het aan te kaarten bij iemand die kan helpen zoals ouders, leraren of artsen.

Vaak heeft een school een beleid met betrekking tot pesten. Daarbij is het van belang dat de school op de hoogte wordt gebracht dat pesten plaatsvindt.

Alice, moeder van Sara (9 jaar)

“Sara werd op haar scholen door jongens gepest omdat ze klein voor haar leeftijd was en ook omdat ze gewoon een beetje anders is. Natuurlijk is iedereen anders, Sara’s vader en ik zijn ongetwijfeld anders dan veel ouders van Sara’s school dus wordt zij ook anders. Het heeft misschien helemaal niets te maken met het syndroom van Turner. Maar ik denk wel dat haar probleem dat ze alleen staat haar nog meer het gevoel geeft dat ze anders is. Sara denkt dat mensen haar sowieso niet aardig vinden en daardoor is het moeilijker om zoiets van je af te zetten. Dit probleem blijft en wordt door het pesten alleen maar erger.

Sara begrijpt de ‘sociale regels’ van de speelplaats niet en er is niemand in onze omgeving die een kind als Sara met sociale problemen helpt – was dat maar zo. Ik heb mijn best gedaan te zorgen dat Sara niet in de slachtofferrol kruipt en haar ervan te overtuigen dat ze zich er niets van aan moet trekken. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Ik heb de leraren op haar vorige en haar huidige school er ook bij betrokken en nu bespreekt ze het met haar leraren als er een probleem is. Het is belangrijk dat ze zelf haar verantwoordelijkheid neemt.”