De dosis van het oestrogeen wordt gedurende 2 tot 3 jaar geleidelijk verhoogd, net als in de natuurlijke situatie zou gebeuren. Aan het eind van de puberteit wordt progesteron aan de oestrogeenbehandeling toegevoegd. Dit is vanwege het feit dat de eierstokken normaal gesproken twee hormonen in een bepaalde verhouding produceren.

Oestrogeen is niet alleen noodzakelijk om de puberteit op gang te brengen en de baarmoeder te laten ontwikkelen en daarna gezond te houden, maar is voor volwassen vrouwen van groot belang om sterke, gezonde botten te houden. Vrouwen met het Syndroom van Turner krijgen heel gemakkelijk osteoporose omdat ze het oestrogeen niet zelf produceren.

Osteoporose is een botafwijking: de botten zijn minder sterk en de kans op botbreuken is groter. Doorgaan met de toediening van geslachtshormonen na de puberteit beschermt de vrouwen met het het Syndroom van Turner tegen osteoporose. Oestrogeen beschermt ook tegen hartziekten. Het is dus van levensbelang om de behandeling met geslachtshormonen bij volwassen vrouwen met het Syndroom van Turner voort te zetten.

Maar voor de baarmoeder is niet alleen oestrogeen belangrijk, maar ook een ander vrouwelijk hormoon, het progesteron. Progesteron zorgt voor de maandelijkse menstruatie van een vrouw waardoor er niet alleen opbouw van baarmoederslijmvlies door oestrogenen optreedt, maar ook weer afbouw van het slijmvlies door progesteron. Daardoor blijft de baarmoeder gezond. Een continue stimulering van het baarmoederslijmvlies zou kunnen leiden tot een (op zich klein) risico op baarmoederkanker.

Daarom wordt er bij oudere meisjes en vrouwen met Syndroom van Turner naast oestrogeen ook behandeling met progesteron geadviseerd.