Als een kind net met de behandeling is begonnen, krijgt het in het algemeen eens per 3 of 4 maanden een controle, en daarna eens per 6 maanden, afhankelijk van de leeftijd van het kind en het stadium van de groei. Als de puberteit begint, moet er soms weer vaker gecontroleerd worden, bijvoorbeeld eens per drie of vier maanden. Dan wordt de lengte gemeten en op een groeicurve wordt bijgehouden hoeveel ze gegroeid zijn. Zo kun je het resultaat van je inspanningen zien.

Tina, moeder van Julie (7 jaar)

“Julie krijgt ieder kwartaal een controle waarbij ze bloed afnemen en een keer per jaar nemen ze een röntgenfoto van haar linkerhand om haar biologische botleeftijd te bepalen. Ze houden een groeicurve bij die aangeeft waar ze staat in verhouding tot andere Turner-meisjes van haar leeftijd.”