Groeihormoon moet in de vetlaag onder de huid (subcutaan) worden ingespoten. Het komt dan vanuit de vetlaag in de onderhuidse bindweefsellaag. Het bindweefsel ligt net boven de spierlaag en is goed doorbloed. Vanuit het bindweefsel vindt de opname van het groeihormoon in de bloedbaan het meest gelijkmatig plaats. Men kan voor het injecteren een huidplooi opnemen en dan spuiten met de naald loodrecht ingebracht. Bij magere kinderen wordt geadviseerd om een huidplooi op te nemen en de naald onder een schuine hoek van 45º te injecteren.

NVGG injectietechniek

NVGG injectietechniek2

De huidplooitechniek behoort met beide handen te worden uitgevoerd. Met de duim en twee vingers van een hand wordt een niet te smalle huidplooi opgenomen. Met de andere hand kan de naald in de huid worden geprikt en de pen worden bediend. Dit vergt een vaste hand, maar met deze techniek komt het groeihormoon beter op de juiste plaats terecht. Spuit niet vlak onder de huid: bij een te oppervlakkige injectie blijft het groeihormoon lang in het onderhuidse weefsel aanwezig. Oppervlakkige injecties kunnen pijnlijk zijn en kunnen bovendien leiden tot verdikkingen van de huid. Het injecteren van het groeihormoon is vrij eenvoudig te leren. De eerste keer kan men bijvoorbeeld op een sinaasappel oefenen, zodat men het goed onder de knie krijgt. Het beste is als patiëntjes leren zichzelf te spuiten, als ze groot genoeg zijn. De eerste keer dat iemand zichzelf injecteert, is best spannend en moet er meestal een drempel worden genomen. Iedereen zal dit begrijpen. Maar als men bang blijft, moet men het met de arts of de verpleegkundige bespreken. Blijf nooit alleen met deze angst doorlopen. Het kan de groeihormoonbehandeling zelfs nadelig beïnvloeden. Om de onzekerheid bij het injecteren weg te nemen is het advies om de gebruiksaanwijzing van de pen in het begin in de buurt te houden. Die kan wellicht als een ruggensteuntje dienen.

Waarom injecteren in het vetweefsel?
Als groeihormoon in het vetlaagje wordt gespoten, wordt het geleidelijk aan het lichaam afgegeven, zoals het hoort. Als het in een spier geïnjecteerd wordt, wordt het afgebroken, te snel door het lichaam opgenomen en raakt te snel uitgewerkt. Dan behaalt men dus niet het beste resultaat. Bovendien is het pijnlijk om in een spier te injecteren.