Als een kind een stuk kleiner is dan zijn leeftijdgenoten hoeft dat niet te betekenen dat het kind een groeistoornis heeft. De overgrote meerderheid van kleine kinderen blijkt uiteindelijk helemaal niets te mankeren. Bij een klein deel is er wel een medische oorzaak. Allerlei factoren kunnen de groei beïnvloeden.

I. Aangeboren, maar normale factoren
. Het geslacht
Mannen zijn gemiddeld gesproken groter dan vrouwen.

. Lengte van de ouders
Kleine ouders krijgen in het algemeen kleinere kinderen. De Nederlanders werden alsmaar langer in afgelopen eeuwen, maar nu lijkt daar een einde aan te zijn gekomen. Want de gemiddelde eindlengte, van kinderen van Nederlandse afkomst is sinds 1997 hetzelfde gebleven. Het percentage kinderen met overgewicht is daarentegen sterk gegroeid. Dat blijkt uit de resultaten van de Vijfde Landelijke Groeistudie. De gemiddelde eindlengte voor een jongen is 183,8 cm en voor een meisje 170,7 cm.

. Etnische achtergrond
Etniciteit is een vorm van erfelijkheid, maar dan op een meer algemeen niveau. Zo hebben bijvoorbeeld mensen van Aziatische origine kortere benen dan mensen met Afrikaanse herkomst.

II. Aangeboren, maar verstorende factoren
. Tijdelijke (constitutionele) achterstand in groei en puberteit.
Veel mensen die als kind klein zijn, bereiken toch een normale volwassen lengte. Dit wordt constitutionele achterstand in groei en puberteit genoemd. Het is een erfelijke eigenschap die vaker bij jongens dan bij meisjes voorkomt, en blijkt vaak de oorzaak van groeiachterstand te zijn. In geval van een constitutionele groeiachterstand is het kind gezond, maar groeien de botten te langzaam. Dit lijkt daarom op een groeihormoontekort, terwijl daar geen sprake van is. Het kind krijgt dan zijn groeispurt zo’n 2 tot 4 jaar later dan normaal, met als gevolg dat het kind ook 2 tot 4 jaar na zijn of haar leeftijdgenoten een normale volwassen eindlengte bereikt.
Dit type groeipatroon komt veel voor en zorgt er vaak voor dat je je als ouders bezorgd maakt over de groei van je kind. Jammer genoeg kan alleen achteraf vastgesteld worden, wanneer de puberteit is begonnen. Omdat constitutionele groeiachterstand vaak in de familie voorkomt, kan de geschiedenis van de groei en de puberteit van gezinsleden inzicht geven in de groei en puberteit van het kind. Door daarnaast andere oorzaken van groeiachterstand uit te sluiten, kan men vermoeden dat er sprake is van een constitutionele groeiachterstand, en dat het kind de groei nog wel zal inhalen.

III. Uitwendige omstandigheden
Factoren van ‘buiten’ die kunnen zorgen dat er minder groei plaatsvindt, zijn bijvoorbeeld slechte voeding, verdovende middelen en alcohol, misbruik, verwaarlozing, chronische stress, gebrek aan beweging en seizoensinvloeden. Ook als de moeder tijdens de zwangerschap slecht eet, tabak of alcohol gebruikt, ziek is of stress ervaart, kan dat – zowel in de baarmoeder als later – een negatief effect op groei van het kind hebben.

. (Onder)voeding
Goede voeding is natuurlijk van essentieel belang om te kunnen groeien. Hoewel ondervoeding in ons land weinig voorkomt, is het wereldwijd gezien de belangrijkste oorzaak van slechte groei. De effecten van ondervoeding op de groei hangen af van de mate van ondervoeding, hoe lang het duurt en in welke groeifase het kind is. Zo kan langdurige of ernstige ondervoeding leiden tot onherstelbare schade als dit optreedt op het ogenblik dat het kind een groeispurt zou moeten doormaken, zoals tijdens de puberteit.

Kinderen moeten niet alleen genoeg te eten krijgen, het is ook belangrijk dat ze genoeg krijgen van de juiste dingen. Goede, uitgebalanceerde voeding is essentieel voor de groei van een kind. Bij een tekort aan calcium (kalk) kunnen bijvoorbeeld de botten zich niet goed ontwikkelen, en daardoor kan het kind ook niet voldoende groeien.

. Sporten
Het verband tussen sportbeoefening en groei is complex. Algemeen gesproken is lichamelijke activiteit goed voor de groei, omdat het zowel de spiergroei als de botvorming en botdichtheid bevordert. Beide dragen bij aan het groeiproces. Maar buitensporig hard trainen of bijvoorbeeld gewichtheffen heeft een averechts effect. Het lichaam gaat de energie dan uit de weefsels halen. En je moet natuurlijk ook niet gaan lijnen voor ballet of gymnastiek.

. Drugsgebruik
Ook gebruik van verdovende middelen heeft een slechte invloed op de groei.

. Stress
Nog een oorzaak van groeiachterstand is langdurige stress. Die kan het gevolg zijn van misbruik (fysiek of emotioneel), van oorlog, van verwaarlozing, maar ook van het ‘milieu’ van het kind. Als misbruikte of verwaarloosde kinderen uit die omgeving van misbruik worden weggehaald, gaan ze beduidend harder – en zelfs weer normaal – groeien. Natuurlijk is het soms moeilijk om te onderscheiden wat bij armoede of andere slechte omstandigheden precies de groei remt: de spanning of gebrek aan goed voedsel.

. Seizoenen
In de loop van een jaar kan de groeisnelheid van een kind aanzienlijk schommelen. Tijdens de piek van de groei kan een kind zelfs drie keer zo hard groeien als op het ogenblik waarop de groeisnelheid haar laagste punt heeft bereikt. Maar het is niet te zeggen in welk seizoen kinderen het hardst groeien en in welk seizoen het minst. Wel is het duidelijk dat men bij het beoordelen van de groei het best kan kijken naar de gegevens over een heel jaar.

IV. Ziektes
Als een kind langdurig ziek is, kan de groei vertragen of zelfs helemaal stoppen. Zelfs wanneer het kind weer helemaal gezond is, kan zijn lengte nog achterblijven bij ‘normaal’ door de eerdere groeivertraging.

Ziektes met groeivertraging als kenmerk

Bepaalde ziektes of afwijkingen hebben groeistoornissen als kenmerk. Dit kunnen aangeboren aandoeningen zijn of later verkregen ziektes. Aandoeningen waarvan bekend is dat ze vaak gepaard gaan met groeiachterstand, zijn onder andere:
. te klein geboren voor de zwangerschapsduur (SGA = Small for Gestational Age)
. tekort aan groeihormoon (groeihormoondeficiëntie of GHD)
. syndroom van Turner
. foetaal alcoholsyndroom
. syndroom van Down
. Silver-Russell-syndroom
. dysplasie van het skelet (dwerggroei)
. Prader-Willi-syndroom
. syndroom van Noonan
. chronische nierziekte
. ziektes van het maag-darmstelsel (zoals de ziekte van Crohn en spruw)
. obesitas (vetzucht)
. hartziekte
. andere chronische ziektes