Het idee groeihormoon toe te dienen om de groei van kinderen die lijden aan een groeistoornis te stimuleren, is niet nieuw. Het eerste succes stamt uit 1956, toen een jongen van 17 jaar, die nog niet in de puberteit was, injecties kreeg met groeihormoon. In die tijd gebruikte men groeihormoon dat uit de hypofyse van overleden mensen werd gewonnen. Hoewel het hormoon uit de hypofyse minder geconcentreerd was dan de huidige vorm, had de behandeling veel succes. De jongen ging vier keer zo snel groeien door de regelmatige groeihormooninjecties en zo werd er een begin gemaakt met ‘substitutietherapie’ oftewel de vervangende behandeling.

Nadat het nut van groeihormoonbehandeling voor het stimuleren van de groei was aangetoond, zijn duizenden kinderen wereldwijd behandeld. Gedurende meer dan 25 jaar werd daarvoor groeihormoon gebruikt dat was gewonnen uit de hypofyse van overleden mensen. Dit was een kostbaar en tijdrovend werk en de levering van het hormoon was erg afhankelijk van de aanvoer van hypofyseweefsel. Minstens 500 hypofyses waren nodig om één kind tot aan de puberteit met groeihormoon te behandelen; de aanvoer van het groeihormoon kon onmogelijk voldoen aan de vraag. In de praktijk kwam het erop neer dat tot 1985 slechts een deel van de kinderen die de behandeling nodig had daadwerkelijk behandeld werd.

De wereld van de behandeling met groeihormoon veranderde plotseling in 1985 toen een ernstig probleem ontstond met dit hormoon. Vier jonge mensen stierven als gevolg van een zeldzame ziekte die de hersenen aantastte, bekend als de ziekte van Creutzfeldt-Jakob (CJZ), die normaal gesproken alleen voorkomt bij mensen boven de 60 jaar. De mogelijkheid van CJZ-besmetting in combinatie met het voortdurende probleem van schaarste aan groeihormoon reden temeer om zo snel mogelijk biosynthetisch groeihormoon als alternatief te ontwikkelen.

Men had al ervaring opgebouwd met de productie van een ander menselijk hormoon met behulp van biotechnologie: insuline. Dit was in het begin van de jaren 80 voor het eerst geproduceerd met behulp van recombinant DNA-technologie. Dat betekent dat bacteriën of andere, niet-menselijke cellen in een kweekbakje door een stukje menselijk DNA in te bouwen worden aangezet om het gewenste hormoon te maken. Het onderzoek naar biosynthetisch menselijk groeihormoon werd in 1985 versneld en later dat jaar werd het eerste biosynthetisch geproduceerde groeihormoon op de markt gebracht. Maar dit product was nog niet volledig gelijk aan het natuurlijke groeihormoon van de mens.

De productiemethoden zijn sindsdien verbeterd en het synthetisch groeihormoon dat tegenwoordig geproduceerd wordt, is niet te onderscheiden van het natuurlijke groeihormoon van de mens. Met het biotechnologisch geproduceerd groeihormoon is er geen enkel risico meer voor de ziekte van Creutzfeldt-Jakob, BSE (gekkekoeienziekte) of een andere besmetting.

Vandaag de dag is veiligheid de hoogste prioriteit voor de producenten van het synthetisch geproduceerde groeihormoon. Elk product wordt jarenlang onderworpen aan uitgebreide testen en goedkeuringsprocedures voordat het op de markt komt en elke stap van dit proces staat permanent onder controle zodat aan de hoogste veiligheidseisen wordt voldaan.