Om groeistoornissen vast te stellen en het resultaat van de behandeling goed te kunnen meten, moet de lengte regelmatig en vooral zeer nauwkeurig worden gemeten. Eigenlijk zou het kind elke keer rond hetzelfde tijdstip van de dag gemeten moeten worden, met dezelfde meetlat of meetinstrument en elke keer door dezelfde persoon. Alleen dan zijn de metingen betrouwbaar en kunnen ze onderling worden vergeleken.

De metingen die thuis zijn gedaan kunnen niet vergeleken worden met die in het ziekenhuis. Zelfs de metingen van andere artsen – de huisarts of op een andere afdeling in het ziekenhuis – kunnen afwijken van wat de eigen specialist meet.

Consequent zijn is belangrijk. De meettechnieken zijn zo specifiek en de meetinstrumenten zo nauwkeurig, dat als er maar iets verandert aan de techniek of het meetinstrument, de uitslagen als een jojo op en neer kunnen gaan. Dan is het erg moeilijk om een patroon te herkennen, zeker in een korte periode.