Als de pijpbeenderen (de lange botten) in de benen langer worden, maakt dat het kind langer. Het groeipatroon van het bot weerspiegelt dus het groeipatroon van het kind. De pijpbeenderen groeien aan de uiteinden, waar de groeischijven zitten. Zolang ze nog groeien, bestaan die groeischijven uit kraakbeen. Er worden steeds meer kraakbeencellen afgezet in de lengterichting van het bot, en zo wordt het bot langer. Geleidelijk aan verandert het kraakbeen in bot. Na de puberteit, als het kind is uitgegroeid, vergroeien de groeischijven met de rest van het bot en is verdere lengtegroei onmogelijk.

10178_NVG_G148,5 x 210 4-4

Bij kinderen die te langzaam groeien, is dat zichtbaar aan een röntgenfoto van de botten van de linkerhand, omdat de groeischijven dan langer zichtbaar blijven.
De botleeftijd (of wel de biologische leeftijd) blijft dan achter bij de kalenderleeftijd (chronologische leeftijd, echte leeftijd).

röntgenfoto van de hand die laat zien of de botjes zijn uitgegroeid

Bot groeit het snelst in het foetale stadium, bij de baby en tijdens de puberteit, en stopt vrijwel met groeien na de puberale groeispurt. Daarom moet een behandeling om de groei te stimuleren vóór die groeispurt plaatsvinden.